Ziehier de conclusie van mijn uiterst boeiende (euhmeuhm) bachelorproef:
"Dat aan de gemeenteraad, door zijn exclusieve bevoegdheid aangaande de zaak van de wegen, een verregaande bevoegdheid werd toegekend, blijkt duidelijk uit bovenstaande uiteenzetting.
Onze regelgeving kent een duidelijke bevoegdheidsafbakening in verband met de toekenning van een verkavelingsvergunning die eveneens voorziet in de aanleg of wijziging van wegen: met uitzondering van de zaak van de wegen, waarvoor de wetgevende macht exclusief bevoegd is, geldt de uitvoerende macht als enige vergunningsverlenende overheid.
Bijgevolg kan het college van burgemeester en schepenen slechts dan een verkavelingsvergunning toekennen wanneer de gemeenteraad voorafgaandelijk tot een bindend, definitief en gunstig gemeenteraadsbesluit kwam. Is dit niet het geval, dan is de vergunningsverlenende overheid nagenoeg verplicht om de verkavelingsaanvraag te weigeren. Samengevat kunnen we dus stellen dat het college van burgemeester en schepenen slechts een beslissing inzake de verkavelingsaanvraag kan nemen nadat de gemeenteraad een gunstige uitspraak heeft gedaan over de zaak van de wegen.
Is de burger hierbij echter van mening dat de gemeenteraad tot een verkeerd besluit kwam, dan heeft hij de mogelijkheid om het raadsbesluit aan te vechten bij de bestendige deputatie of de Vlaamse Regering en/of om een verzoek tot schorsing of annulatie in te stellen bij de Raad van State."
donderdag 21 februari 2008
Conclusie!
Abonneren op:
Comment Feed (RSS)
|