Zo, terug thuis... morgen maak ik wel een verslagje van onze driedaagse... in afwachting alvast een schrijfseltje, een mijmering die mij daar in Luxemburg overviel...
Hoe laat het exact is, weet ik niet… maar we bevinden ons midden in de nacht van donderdag op vrijdag… Niels slaapt, Luxemburg slaapt… eigenlijk slaapt de hele wereld… Op een paar enkelingen na… en toeval of niet, maar ik ben één van die enkelingen…
Nog ietwat slaapdronken maar tegelijk helder en bewust, denk ik aan die flitsen uit de droom die mij mijn slaap ontnamen… Het waren flitsen… lichtflitsen. En ergens tussen een donkere duisternis en een verhelderend licht zag ik mama liggen… ze sliep… en hoe hard ik ook probeerde, ze was niet wakker te krijgen… Hoorde ze mij niet? Kon ze dan niet horen dat ik haar onnoemelijk hard mis… en dat ik haar zo hard nodig heb… Blijkbaar niet… want de oorverdovende stilte bood alweer geen antwoord op al mijn vragen… We konden niet praten… Alsof die lichtflitsen dat pijnlijk verhinderden…
Misschien kwam die droom er wel omdat ik deze middag, op een onbewaakt moment, het verhaal las van een vrouw wiens echtgenoot juist was overleden… Ook haar gezin werd kwalijk uiteen getrokken door die tergende ziekte van Kalher. De aanhef gaat als volgt:
[Hedwige en Mo ontmoetten elkaar in Nederland, hoewel beiden afkomstig zijn van het eiland Sint – Maarten. Behalve die Antilliaanse oorsprong was het de muziek die ze met elkaar verbond. Hedwige is van beroep muziekdocent. Ze leidt daarnaast een gospelkoor en vertolkt ook zingend de warmte en het meeslepende ritme van haar geboorteland. Tot kort voor zijn dood was Mo daar altijd bij. Als Hedwige en Mo met hun muziek een feest opluistereden, bleef niemand stil zitten.
“Van beroep lasser, van passie muzikant” zo typeert ze hem. Hij zong, speelde gitaar in haar gospelkoor en steelpan in zijn eigen steelband. Zeven jaar lang leed hij aan de ziekte van Kahler, een zeer langzaam voortschrijdende vorm van kanker die organen en botten aantast. Daarnaast functioneerde zijn immuunsysteem niet; elke kleine infectie leidde tot koorts en moest direct met antibiotica worden bestreden. Niettemin hadden ze het samen goed. Mo kon niet meer werken vanwege zijn afgenomen conditie, maar de muziek en de liefde van Hedwige gaven hem nog volop energie en levenskracht…]
Wat me gedurende het hele verhaal opviel waren de opvallende gelijkenissen en treffende verschillen tussen haar geschreven verhaal en mijn vele onvertaalbare gedachten… Vooreerst beschrijft ze op een heel herkenbare wijze de goedbedoelde maar bij momenten toch ongepaste vragen en opmerkingen van de omgeving… Of hoe sommige zielen zeggen dat “het dagelijkse kost geworden is”… Alsof je daar op zulk een moment iets aan hebt… Tussen de lijnen door kan je lezen dat ook Hedwige moeite had om een zinnige reactie hierop te formuleren… En op die manier wordt zelfs een uitje naar de supermarkt een beproeving… Een pure noodzakelijkheid…
Voorts heeft Hedwige het over de impact van Kalher op het gezinsleven… Haar echtgenoot had het “geluk” gehad om nog zeven jaar te genieten van zijn leven… En hoewel de verschillende infecties elkaar in een snel tempo opvolgende, toch was er in die zeven jaar sprake van een “mooie” tijd… Mo aanvaardde zijn ziekte en had de boodschap begrepen: “elke dag is een geschenk”.
De gedachte dat mijn mama die boodschap zelfs niet wou begrijpen doet vandaag de dag nog altijd pijn… Noch zijzelf, noch ik hebben het Myoloom ooit aanvaard, ooit toegelaten… Het leek in al die tijd wel alsof papa de enige was die wist waar we aan toe waren… Maar uit liefde… uit pure liefde bleven de (nochtans duidelijk aanwezige) symptomen onbesproken… Over “morgen” werd gesproken zoals we daar altijd over hadden gesproken: met veel plannen voor de toekomst… en met veel goesting om te leven!
En tenslotte… tenslotte lees ik dat de ultieme infectie van Mo dezelfde was als die van mama… Zowel bij Mo als bij mama begon alles door een infectie aan de teen… hoge koorts en het bloeden dat maar niet te stelpen was… ja, de “dooddoener” in de meest letterlijke en pijnlijke zin van het woord… Een teen! Een stomme teen… Alsof ze beiden de grip op het leven verloren hadden… Of hoe men niet meer de kracht vond om met beide voeten in het leven te staan…
“En hoe zit het nu met ons? Staan wij nog met onze beide voeten in het leven?” vraagt Hedwige zich vertwijfelend af…
“Inderdaad” denk ik dan… “Inderdaad…”
zaterdag 9 februari 2008
Van in Luxemburg...
Gepost door
Lyntje
op
02:58
Labels: mama, mijmeringen
Abonneren op:
Comment Feed (RSS)
|